Een sneeuwbal-steekproeftrekking
Er zijn 9 (hoofd-)manieren om een steekproef te trekken. Alle zijn goed, maar in de ene situatie is de ene manier beter dan de andere.
Uit F. van der Zee: Kennisverwerving in de Empirische Wetenschappen, de methodologie van wetenschappelijk onderzoek. BMOOO, Groningen.
Een sneeuwbal maak je door klein te beginnen. Daarna ga je haar rollen, en rollen, en rollen net zolang totdat zij groot genoeg is. Een sneeuwbalsteekproeftrekking heeft hetzelfde effect. De onderzoeker begint met het opsporen van één persoon. Daarna vraagt de onderzoeker of deze persoon nog anderen weet of kent die aan het onderzoek mee zouden willen werken. De onderzoeker blijft net zolang doorgaan totdat de steekproef voldoende groot is.
Deze methode van steekproeftrekken is goed bruikbaar bij moeilijk op te sporen onderzoekseenheden van een populatie. Gewoonlijk worden dan personen met sociale moeilijkheden genoemd zoals thuis- en daklozen, druggebruikers of gokverslaafden. Echter deze methode leent zich ook heel goed bij het opsporen van kanariebezitters. Een persoon die tot de populatie behoort kent meestal wel weer een ander die ook een kanarie als huisdier heeft. Met deze vorm van steekproeftrekken komen ook kanariebezitters in de steekproef terecht die het voer niet bij de lokale dierenwinkel aanschaffen.





