Foeke van der Zee

Mijn onderwijscarrière verliep even wisselend als mijn loopbaancarrière. Twaalf ambachten dertien ongelukken denk ik wel eens. Die brede belangstelling heeft er wel voor gezorgd dat ik op veel plekken ervaring heb opgedaan. Dat is ook ten voordele te gebruiken.
Na de middelbare school heb ik eerst de pedagogische academie te Leeuwarden doorlopen met de bedoeling daarna naar het conservatorium te gaan. Ik voelde me echter niet happy in een functie als docent voor het basisonderwijs en als docent muziek zag ik het ook niet meer zitten. Daarom ben ik na de pedagogische academie psychologie gaan studeren. Aan de Vrije Universiteit te Amsterdam ben ik afgestudeerd in de onderwijspsychologie met als bijvak fysiologische psychologie. Dat bijvak heb ik zo uitgebreid gedaan dat ik ook bijna had af kunnen studeren in de fysiologische psychologie met als bijvak onderwijspsychologie.
Na mijn afstuderen is geprobeerd subsidie binnen te krijgen voor een promotieproject naar de effecten van milieuverontreiniging op het lerende kind – een project dat min of meer naar me toe werd geschreven. Het duurde te lang voordat de subsidie binnen kwam; na een interim functie als statisticus bij tandheelkunde, had ik inmiddels aan de universiteit in Groningen een baan gevonden als onderzoeker naar de effectiviteit van het lager- en middelbaar beroepsonderwijs. Deze aanstelling was voor vier jaar. Daarna wilde ik wel iets in onderwijsmanagement of onderzoeksmanagement gaan doen, en ben daarom marketing gaan studeren. Het liep anders: ik kreeg een aanstelling bij de faculteit Bedrijfskunde en mocht de eerstejaars studenten in een practicum de beginselen van kwantitatief onderzoek bijbrengen.
De tijd bij de faculteit Bedrijfskunde was een interessante. Ik maakte kennis met de opvattingen over onderzoek vanuit economische opleidingen, sociaal-wetenschappelijke opleidingen, technische opleidingen, en zelfs van de juridische opleiding. Vanuit elk vakgebied had men een andere visie op (kwantitatief) onderzoek en de wijze waarop dat uitgevoerd zou moeten worden. Vanuit de verschillende disciplines sprak men een beetje langs elkaar heen. Er was zelfs strijd over hoe iets opgevat en uitgevoerd moest worden. Naar mijn mening waren de verschillende opvattingen wel met elkaar te verenigen. Jaren later heb ik mijn mening opgeschreven in een boek van ruim 450 pagina’s: kennisverwerving in de empirische wetenschappen, de methodologie van wetenschappelijk onderzoek.
Na de tijd bij de faculteit Bedrijfskunde heb ik wat rondgezworven bij diverse hogescholen. Meestal gaf ik les in marketing of een vak dat daarmee enige verwantschap vertoond. Zo heb ik ook een jaartje lesgegeven in reclame en PR. Dat is ook interessant, maar vond ik wel erg ver van mijn bed liggen en heb de hogescholen de rug toegekeerd: ik wilde alleen nog maar iets doen dat te maken had met onderzoek.
Inmiddels alweer dik tien jaar geleden, heb ik het onderzoeksbureau BMOOO opgericht. Deze afkorting staat voor: Bureau voor Markt-Onderzoek en Organisatie-Ontwikkeling. Ik heb echter een bloedhekel aan acquireren. In de wat rustiger perioden ben ik gaan schrijven. De boeken geef ik in eigen beheer uit. Sindsdien staat BMOOO ook voor Boeken over Methodologie van Onderzoek voor het Onderwijs en andere Organisaties. Ik schrijf alleen over de methodologie van onderzoek. Misschien heb ik nu eindelijk mijn stiel gevonden. Ik denk ook wel eens: als ik in plaats van de pedagogische academie zou hebben gekozen voor een opleiding instrumentenmaker aan de hogere technische school, wat zou er dan van mij terecht zijn gekomen?
MOA-column(s):


