Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Onderdelen
U bent hier: Home Nieuws en actualiteiten In de pers Lancering MOA Panel Instituut

Lancering MOA Panel Instituut

Amsterdam, 10 maart 2009

State of the art panelmanagement. Structurele verbetering van de kwaliteit van online panels. Dat zijn de hoofddoelstellingen van het MOA Panel Instituut (MPI) dat in Nederland op 10 maart jl. werd gelanceerd. Directe aanleiding voor de oprichting van het MPI is het NOPVO: het Nederlands Online Panel Vergelijkings Onderzoek. In 2006 bleek daaruit dat een substantieel aantal online panelleden tegelijkertijd aan meerdere panels deelneemt. Aangezien dit de betrouwbaarheid van onderzoeksuitkomsten kan schaden, besloten onderzoeksbureaus, opdrachtgevers en de MOA (Center for Marketing Intelligence & Research) dat er snel een instrument moet komen voor kwaliteitsmonitoring. Uiteindelijk resulteerde dit in het MPI: een wereldprimeur.

Paneldruk en -overlap
In concreto focust het MPI op twee kwaliteitsaspecten van online panels. Ten eerste, vermindering van de paneldruk: het aantal uitnodigingen dat een panellid ontvangt voor deelname aan onderzoek. Ten tweede, inventarisatie van de mate van paneloverlap: het aantal panels waar een panellid geregistreerd staat. Ultiem doel is de zogenaamde 'beroepsrespondent' uit te bannen.

Database
Het MPI is een database waarin onderzoeksbureaus hun panelleden kunnen uploaden. Elk contact met een individueel panellid wordt geregistreerd, zegt Bertjan Schouten, MPI-projectleider. 'Wanneer, hoe vaak en voor welk onderwerp is een panellid uitgenodigd? En heeft hij daadwerkelijk deelgenomen aan het onderzoek of niet? Over een zelf te bepalen historische periode kunnen onderzoeksbureaus zowel een bureau- als een benchmarkrapport downloaden. Het bureaurapport geeft inzicht in de onderzoekshistorie van elk van de eigen panelleden, gespecificeerd naar achttien productcategorieën (zoals automotive, banken, verzekeringen, telecom, huishoudelijke apparatuur, etc.). Het benchmarkrapport maakt duidelijk hoe vaak en voor welk onderwerp elk eigen panellid ook nog is uitgenodigd door andere panels en of daadwerkelijk aan het onderzoek is deelgenomen', aldus Schouten.

Het uploaden van de e-mailadressen van de panelleden is door versleuteling volstrekt veilig. Software- en databasespecialist CDDN ontwikkelde de software die de geüploade data analyseert, de query's uitvoert en de rapporten samenstelt. 

Vanaf december 2008 is het systeem uitgebreid getest door de panelrecords van vijf onderzoeksbureaus in de database te uploaden en de software query's te laten draaien. 

Benchmark op kwaliteit
Met het MPI kunnen onderzoeksbureaus hun eigen kwaliteitsstandaarden ijken met die van de branche. Er is exact inzicht in de mate waarin de eigen panelleden aan meer of minder paneloverlap en -druk worden blootgesteld dan gemiddeld is voor de branche.

Het bieden van dit inzicht, is een eerste stap van het MPI. Uiteindelijk is de verwachting dat onderzoeksbureaus hun kwaliteitsstandaarden ook actief gaan bijstellen, ofwel maxima zullen stellen aan de mate van paneloverlap en -druk. Dit voorkomt overbelasting van respondenten en bovenal is het een manier om kwaliteitsverantwoording af te leggen aan opdrachtgevers. Overigens is de kans groot dat opdrachtgevers inzicht zullen gaan eisen in de hoogte van genoemde ratio's.

Het MPI zal geen waardeoordelen uitspreken of kwaliteitsstandaarden gaan formuleren. De online panelkwaliteit die een bureau wil nastreven is een volledig eigen verantwoordelijkheid en dus een eigen beslissing. Het MPI biedt slechts feitelijk inzicht in de mate van paneloverlap en -druk.

Participatie
Volgens MOA-directeur Wim van Slooten is het MPI een wereldprimeur. 'In the VS werken ze aan iets vergelijkbaars, maar dat staat nog in de kinderschoenen. Nergens ter wereld zijn ze zo ver als in Nederland. De experimenten in de VS zijn een tastbaar bewijs voor de behoefte aan een instrument dat de kwaliteit van online panels kan monitoren en beheersen. Ook toont het aan dat de Nederlandse onderzoekssector openstaat voor innovatie en zichzelf continu wil verbeteren.'

Van Slooten heeft er dan ook het volste vertrouwen in dat de meeste, zo niet alle bureaus zullen participeren in het MPI. Zeer belangrijk omdat het MPI vooral dan haar waarde kan bewijzen. 'Met participatie in het MPI zeg je als bureau dat je kwaliteit wilt leveren. En als je niet deelneemt, is de kans groot dat opdrachtgevers dat van je zullen gaan eisen. Dat gebeurde ook met de Gouden Standaard; opdrachtgevers gingen daar op een gegeven moment actief om vragen.'

Document acties