Dec 10, 2018 Last Updated 12:12 PM, Dec 6, 2018

De wereld robotiseert. Robots zijn nu al niet meer weg te denken uit onze samenleving. Robots, in welke vorm dan ook, maken ons leven  een stuk gemakkelijker en prettiger. Ze helpen ons in het productieproces, ze wijzen ons de weg, ze kunnen functioneren als een personal assistant en er zijn robots die oprecht je maatje willen zijn.

Maar robots helpen ons niet alleen, ze sturen ons ook. Uit behavioristisch onderzoek blijkt dat mensen robots daadwerkelijk gehoorzamen, zelfs tot het doen van zeer vreemde dingen. Tijd dus om die keerzijde eens onder de loep te nemen.

Tekst Eveline van Zeeland en Julia van der Meulen

Wie denkt niet met een glimlach terug aan die vriendelijke en behulpzame Robin de Robot uit Bassie en Adriaan? De grappige Robin groeide in de kinderserie uit tot een volwaardige derde hoofdpersoon. Van het klassieke beeld dat we van een robot hebben, krijgen we veelal een lach op ons gezicht. We vinden een robot al snel een grappig wezentje. In ons contact met robots hebben we last van antropomorfisme het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens. Met andere woorden, we zien een robot al snel als iets wat lijkt op een mens en denken dat een robot ook bepaalde motieven en emoties heeft. Niet alleen Bassie en Adriaan speelden daar vernuftig op in, ook de gemiddelde Star Wars-fan kan hierover meepraten.

Griezelig

Huidige robot-ontwikkelaars zijn actief bezig robots meer en meer op mensen te laten lijken, niet alleen wat betreft hun uiterlijk, maar ook wat betreft hun gedrag.

Experimenteel psycholoog Marnix Naber (Universiteit Utrecht) zegt hierover tegen RTV Utrecht: ‘Hoe meer de robot op een mens lijkt, hoe normaler de mens reageert op de robot. Maar er zit een addertje onder het gras: als een robot er bijna, maar nét niet precies als een mens uitziet, gebeurt er iets vreemds. De bijna-menselijke robot wordt dan als griezelig ervaren, alsof er iets mis mee is. Dit griezelige onderbuikgevoel werd bevestigd door een afwijkende verandering in de pupilreactie die wij bij deelnemers maten.’ Dit fenomeen wordt ook wel de griezelvallei (the uncanny valley) genoemd.

Bang in het donker

Het gegeven dat we van nature geneigd zijn om menselijke eigenschappen toe te schrijven aan robots heeft een enorme impact op de manier waarop we met die robots omgaan. Doordat we robots zien als iets menselijks, zijn we ook erg geneigd robots te gehoorzamen. We vergeten dan volledig dat een robot in werkelijkheid een door iemand geprogrammeerd apparaatje is. Uit behavioristisch onderzoek blijkt dat wij mensen zeer volgzaam gedrag vertonen tegenover robots. Een mooi voorbeeld daarvan is een experiment dat men hield op de Universiteit van Duisburg-Essen. Daarin werd aan 85 proefpersonen gevraagd om de kleine robot Nao (58 cm.) uit te schakelen. Bij de helft van de groep, begon Nao te jammeren: ‘Nee, schakel mij niet uit, ik ben bang in het donker!’ Het jammergedrag van de robot zorgde ervoor dat 13 van de 43 proefpersonen Nao niet uitzetten. Daarmee gehoorzaamden zij dus Nao, en niet de wetenschappers die de opdracht hadden gegeven om Nao uit te zetten.  De andere 30 in de jammer-conditie hadden overigens significant meer tijd nodig om Nao uit te zetten dan de proefpersonen in de niet-jammerconditie.

Niet afhaken!

Op de Universiteit van Manitoba (Canada) werden proefpersonen door eenzelfde Nao-robot gedwongen om handmatig 80 minuten lang bestanden om te zetten van JPG naar PNG. Het lukte de kleine Nao om 46 procent van de proefpersonen deze tergend saaie taak 80 minuten lang te laten doen zonder af te haken, zelfs nadat de participanten hadden aangegeven dat ze hier liever mee wilden stoppen. Achteraf dachten verschillende participanten dat de robot kapot was. Ze konden zich niet voorstellen dat de robot echt 80 minuten achter elkaar de opdracht kon geven om handmatig bestanden te hercoderen. Ondanks die gedachte bleven ze de taak toch volbrengen. Met andere woorden, mensen gehoorzamen een robot tot het doen van iets wat ze liever niet zouden willen doen, zelfs als ze denken dat die robot kapot is.

Geen domme mensen

Het kan nog een stapje verder. In een vrij extreem behavioristisch onderzoek op de Universiteit van Eindhoven moesten participanten hun kleren uittrekken om hun gewicht accuraat te meten en ze moesten hun temperatuur meten door een thermometer in hun achterste te steken (wat 20 procent van de proefpersonen ook daadwerkelijk deed). De opdracht hiertoe werd óf gegeven door een technisch apparaat, óf door een robot. Wanneer de opdracht door een robot gegeven werd, waren participanten meer in verlegenheid gebracht dan wanneer de opdracht werd gegeven door een technisch apparaat en gedroegen ze  zich ook anders. Het is vrij absurd om je te realiseren dat een robot je de opdracht kan geven om je kleren uit te trekken of om een thermometer in je achterste te steken, en dat er mensen zijn die die opdrachten ook daadwerkelijk uitvoeren. Dat zijn overigens geen domme mensen. Nee, de participanten waren studenten van dezelfde universiteit als waar het onderzoek uitgevoerd werd.

Biep Biep Bots

Bij een robot denken we al snel aan een fysieke robot. Een robot met een robotlichaam, zeg maar. Maar de robots waar we in ons dagelijks leven het meest mee te maken krijgen zijn niet-fysiek waarneembare bots, zoals de chatbot op een website of Siri van Apple. Deze robots, die we in het algemeen als wat minder grappig ervaren dan Robin de Robot van Bassie  en Adriaan, zijn de personal assistants  en service-verleners van de 21ste eeuw.  En ook deze bots hebben een enorme impact op ons gedrag. Interessant is dat we tegen deze assistent-bots meestal niet erg beleefd zijn. Zo roepen we er eerder een commando tegen, dan dat we vriendelijk iets vragen met ‘alsjeblieft’. Sterker nog, sommige mensen gebruiken juist heel grof taalgebruik tegen een chatbot.

Van robot-assistenten is het een kleine stap naar robot-adviseurs. Robot-adviseurs, gevoed met big data en drijvend op artificial intelligence, geven je persoonlijke adviezen over beslissingen die je moet nemen (bijvoorbeeld financiële beslissingen). Nu is algemeen bekend dat mensen niet erg rationeel hun beslissingen nemen, en daarbij ook logischerwijs niet alle facet- ten en consequenties van die beslissing kunnen overzien. Wat functionele hulp hierbij kan de kwaliteit van de beslissingen zeker verhogen. Maar nu we weten dat mensen robots zo gehoorzamen en we snel geneigd zijn te vergeten dat een robot een voorgeprogrammeerd ding is, is de vraag van de komende jaren welke rol we robot-adviseurs willen laten spelen in ons leven. «

Dit artikel is overgenomen uit Clou magazine© nr 90, december 2018.