Non-respons onderzoek

Bij het trekken van de steekproef werd als eis gesteld dat deze representatief zou moeten zijn. Eigenlijk is dat niet juist, men wil altijd dat de respons  representatief is. Stel dat men een enquête afneemt onder een representatief deel van alle 40.000 huishouden van een stad. Men trekt daartoe uit een bestand met alle huishoudens een steekproef van 1200 huishoudens volgens de methode van een systematische trekking met a-select begin. Vervolgens gaat men de mensen schriftelijk enquêteren en verkrijgt men tot een respons zoals aangegeven in de tabel hieronder.

Huishoudens Stadsdeel of wijk Totaal

1

2

3

4

5

Populatieverdeling aantal 16.000 12.000 4.000 4.000 4.000

40.000

percentages

  40

  30

  10

  10

  10

100%

Steekproefverdeling aantal

480

360

120

120

120

1200

percentages

  40

  30

  10

  10

  10

100%

Responsverdeling aantal

143

104

  36

  36

  7

326

percentage van de populatie

  44

  32

  11

  11

  2

100%

percentage van de respons

  30

  29

  30

  30

  6

---


Uit deze gegevens blijkt dat men een perfect representatieve steekproef heeft, maar dat de respons niet in de buurt komt van de gewenste verdeling (de P-waarde is 23,3 en bij 4 vrijheidsgraden overschrijdt deze waarde de betrouwbaarheidsgrens van α = .05 ruimschoots, zelfs de α = .001 wordt overschreden). Dit leidt tot een drietal vragen: 1) wat is er aan de hand? 2) had het voorkomen kunnen worden? en 3) nu we er mee te maken hebben, is er nog wat aan te doen?

Om er achter te komen wat er aan de hand is, moet men non-respons onderzoek verrichten. Non-respons onderzoek houdt in dat men de personen die niet gereageerd hebben nogmaals benadert maar nu met de vraag waarom ze niet gereageerd hebben. Gewoonlijk krijgt men dan redenen te horen als "vergeten", "niet ontvangen", "persoonlijke omstandigheden", "geen interesse in het onderwerp", "te oud", "onvoldoende beheersing van het Nederlands", etc. Maar als men van relatief veel respondenten te horen krijgt dat hij / zij een gruwelijke hekel heeft aan de opdrachtgever en daarom niet mee wil werken, tja dan wordt het anders. Alleen door non-respons onderzoek uit te voeren, komt de onderzoeker erachter wat er aan de hand is, anders blijft het gissen.

De reden van non-respons moet altijd worden geregistreerd. Men kan dan vaststellen of de uitval selectief is, en zo ja dan kan men, indien gewenst, daarvoor corrigeren. Als het bovenstaande een onderzoek betreft over de jeugdcentra van de stad, en als uit non-respons onderzoek blijkt dat er in wijk nummer 5 geen jeugdcentrum staat en dat er vooral bejaarden wonen, dan is de reden om niet mee te doen verklaarbaar. De onderzoeker kan besluiten hier niet voor te corrigeren, omdat de non-respons eigenlijk overeenkomt met "geen mening". Als in het bovenstaande voorbeeld het onderwerp van onderzoek echter veiligheid op straat is, en uit non-respons onderzoek blijkt dat men in wijk 5 heel erg gefrustreerd is door het beleid van de gemeente en dat men daarom de vragenlijst niet invult, dan zal de onderzoeker op de een of andere manier toch moeten proberen om voor de ondervertegenwoordiging van deze wijk te corrigeren.

Copyrights

© Foeke van der Zee / BMOOO - Woordenboek onderzoek, methodologie en statistiek

Meer MOA


Kennispartners van Clou

MOA is een

CRKBO Instelling CMYK

Contact

MOA, Expertise Center voor Marketing-insights, Onderzoek & Analytics

Kingsfordweg 151, 1043 GR, Amsterdam
+31 20 5810710
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.